Zomereik in Deventer — 35 meter hoog, 5,00 meter stamomtrek, geplant 1820-1830. Deze boom is geplant tussen 1820 en 1830, dus ruwweg 196 tot 206 jaar oud.
Bekijk op de kaart Route hierheen
| Soort | Zomereik (Quercus robur) |
|---|---|
| Waar | Uiterwaard op de westelijke IJsseloever bij Deventer, tegen De Hoven gelegen. |
| Gemeente | Deventer, Overijssel |
| Te bezoeken | Ja, vrij toegankelijk |
| Vorm | Boomgroep van 14 bomen |
| Standplaats | plantsoen · Natuurlijke vorm · gemeente |
| Registratie | nummer 15194 in het landelijk register |
Monumentaal stadsplantsoen van Deventer, in huidige vorm daterend uit 1822, met vele bomen geplant in die periode.
De naam Worp komt voor het eerst voor in een document uit 1357, het gaat dan over gemeenschappelijk viswater. Later was het een stuk land dat werd gebruikt voor onder meer het drogen van visnetten. Deze Worp maakte deel uit van een groter eiland met gemeenschappelijke weiden en twijggronden waar mandenmakers wilgentwijgen oogsten. Het was gelegen tussen de IJssel en een oude loop van deze rivier, recht tegenover de stad. In 1467 werden op dit eiland zelfs nog bevers gevangen. De Worp was al in 1578 langs paden en wegen beplant met bomen. In de 17e eeuw kwamen er steeds meer hoven (tuinen) van wat meer welgestelde Deventer families die hier 's zomers de vaak benauwde stad enige tijd konden ontvluchten. Oorspronkelijk lagen deze hoven in de stadsvrijheid net buiten de stad, maar doordat Deventer in verband met de Tachtigjarige Oorlog versterkt werd met vestingwerken moesten de tuinen met tuinhuisjes of koepels daar verdwijnen. De tuinhuisjes die bij de hoven op de linker IJsseloever werden gebouwd waren vaak voorzien van een verdieping in verband met de periodieke hoogstand van de rivier. In 1699 werd voor het eerst melding gemaakt van een plantage (park), die toen volgens een kaart de vorm had van een sterrenbos. In 1813 wilden de aan de verliezende hand zijnde Franse troepen in Deventer standhouden tegen het oprukkende Kozakkenleger. Om vrij schootsveld te hebben werden op De Worp de tuinhuizen verbrand en alle bomen gekapt. In 1815 kreeg Deventer van koning Willem I toestemming om het park te herstellen onder voorbehoud dat het park weer plat moest als oorlogsdreiging dit noodzakelijk maakte. Het nieuwe park was ontworpen door Albertus van Leusen senior en is in 1816 aangelegd.[1] Sommige van de oudste bomen in het park dateren van deze tijd. Het werd in de negentiende eeuw een geliefde bestemming voor een zondagse wandeling. Omdat er regelmatig sprake was van wateroverlast bij een hoge stand van de IJssel en er steeds meer permanente bewoning kwam, werd in 1918 besloten een kade aan te leggen tussen het Worpplantsoen en het gebied De Hoven. In 1920 en 1926 bleek deze kade echter onvoldoende om zeer hoog water te keren, daarom kwam er in 1931 een echte dijk. Dat was noodzaak, want er woonden inmiddels enkele honderden mensen. Op de Worp stonden eeuwenlang enkele herbergen. In de 19e eeuw verschenen er ook verschillende buitensociëteiten waarvan er een gebouwd was op de plaats van de middeleeuwse herberg De Dood. Sinds ca. 1980 is er een bowlingcentrum in gevestigd. In het Worpplantsoen waren begin 20e eeuw een hotel-restaurant, garagebedrijf, kiosk en muziekkoepel aanwezig. Er vlakbij was een scheepswerfje gevestigd en tot 1948 de aanlanding van de schipbrug over de IJssel. Later kwam er een kleine stadscamping tussen park en rivier. Het hotel is rond 2005 na langdurige leegstand opgeknapt en heropend. De parkaanleg werd diezelfde tijd met Europese subsidie gerenoveerd. In 2012 werd een nieuwe muziekkoepel in nostalgische gietijzeren uitvoering geplaatst. Nadat ook Deventer eindelijk bevrijd is van het Franse juk, verleent prins Willem van Oranje in 1815 toestemming aan Deventer om weer hoven en wandelpaden aan te leggen op De Worp. Omdat Deventer een vestingstad is, bestaat het risico dat in oorlogstijd alles afgebroken moet worden. Dan moet immers vanuit de stad weer een ruim schootsveld zijn. Ontwerper Albert van Leusen ontwerpt een voor die tijd zeer modern plan gebaseerd op de Engelse landschapsstijl. Het nieuwe Worpplantsoen kent een turbulente start. Na 4 jaar vernielt een zware ijsgang in 1820 een groot deel van de jonge aanplant. Deventer plant het park opnieuw in met 150 bomen en, met toestemming van het Departement van Oorlog ook 550 populieren. Van deze populieren is tegenwoordig nog 1 exemplaar te vinden op de seizoenscamping. Het gaat hier om de Populus x canadensis 'Marilandica'. Deze boom is opgenomen in het Landelijk register Monumentale bomen. Tussen 1850 en 1860 worden een aantal veranderingen in het park aangebracht. Er komt een muziekkoepel en een kiosk. Ook wordt er struik- en bloembeplantingen aangebracht. Na een groei van 30 jaar worden bomen gekapt om de overblijvende bomen meer ruimte te geven. Langs de beide rechte lanen vervangt de gemeente in 1852 de populieren weer door linden. Deze passen beter bij de verhoogde status van het park. In 1865 wordt de Buitensociëteit Deventer gesticht. Aan het eind van de Avenue bouwt de Sociëteit in de Worp in 1880 een imposant pand. Hierin is nu gevestigd Sociëteit en Bowlingcentrum De Worp. Na de overstroming in 1929 besluit Deventer om een 'waterkeerende kade' aan te leggen. De gemeente legt in 1932 deze dijk aan langs De Worp. Hiermee verdwijnt het open doorzicht door het park en over de IJssel. Na de overstromingen van de grote rivieren in '94-'95 is de dijk in 1995 via een versnelde procedure versterkt.
In het park staan nog veel bomen uit de aanplant van kort na 1820. Het gaat hier vooral om zomereiken, enkele platanen, twee bruine beuken, mogelijk enkele linden en paardenkastanjes en een zwarte walnoot. De twee rechte lindelanen zijn in 1852 ingeplant.
Alle 120 monumentale bomen in Deventer →